| |
Meer dan 10.000 jaar bewoning
In 1975 brengen archeologische opgravingen bij het ingangsportaal aan het licht dat de grot in bepaalde perioden bewoond is geweest. Als tijdelijk bivak of als schuilplaats tijdens vijandelijke invasies, heeft hij in de loop der tijden onderdak geboden aan opeenvolgende groepen van hoofdzakelijk agrarische bewoners. Tegenwoordig wordt de grot bevolkt door carnivore en detritivore diersoorten (ongewervelden die zich voeden met dieren- en plantenresten). Tevens zijn er vleermuizen en insecten, zoals Diplura (tweestaarten) en spinnen te vinden, en schaaldieren zoals Niphargidae (vlokreeftjes) en Asellidae (waterpissebedden). Deze soorten hebben zich aangepast aan de vijandige, geheel zonloze omgeving, wat heeft geleid tot depigmentatie, verlies van gezichtsvermogen en endocrien systeem, en een gebrek aan temperatuurregeling. Ze overleven grotendeels dankzij de ondergrondse flora (paddestoelen, algen, bacteriën).
|